Herenbanken

In de kerk zijn twee fraaie uit de 18e eeuw daterende herenbanken te zien. Op de bank onder de orgelgalerij is het wapen van de familie Ellents en de familie Jullens te zien. Voor de dichtgemetselde vrouweningang staat een imposante herenbank. Deze is van Ritmeester Alberda, die ook Baron Alberda genoemd werd.

 

De herenbank van de Alberda’s met bovenop een heraldische kroon met twee parels en drie fleurons.

In 1746 vestigde jonker Unico Evert Alberda (1714-1794) zich met zijn echtgenote Theodora Elisabeth, een geboren freule de Sigers ter Borch, op het huis Vennebroek in Anloo. Unico Evert was ritmeester en een telg uit het adellijke Groninger geslacht Alberda en zijn grootvader was heer van de nu nog bestaande Menkemaborg in Groningen.

Helaas overleed zijn echtgenote al een jaar later en Unico Evert bleef met een dochtertje achter. In de kerk van Anloo kocht hij voor 300 gulden grafruimte en liet passend bij zijn status een familiegrafkelder metselen op een prominente plek: vooraan in het koor.
Ook de imposante 18e eeuwse herenbank met fraai houtsnijwerk moet door hem zijn geplaatst. Hoewel er geen familiewapen op is aangebracht, is er wel bovenop een adellijke rangkroon te zien met drie fleurons en twee parels, die we bij de Alberda’s in Groningen vaker tegenkomen. Met deze herenbank en de grafkelder was het voor iedereen duidelijk dat de adellijke familie Alberda tot Vennebroek de belangrijkste familie in het dorp was.

Unico Evert Alberda hertrouwde freule Johanna Agnes van Dongen en kreeg met haar twee dochters. Toen zijn echtgenote in 1753 voor de derde keer in het kraambed lag, ging het mis: zij overleed. Vijf dagen later stierf ook het pasgeboren zoontje Johannes. Dertig jaar lang bleef Unico Evert Alberda tot Vennebroek als weduwnaar in Anloo wonen tot hij besloot het huis Vennebroek te verkopen voor 12.100 gulden. De grafkelder bleef van deze verkoop uitgesloten, want hierin waren zijn twee echtgenotes en enige zoontje bijgezet. Volgens de historicus Michèl de Jong, die onderzoek deed naar het gezin Alberda, hebben in latere jaren ook twee dochters en twee kleinzoons van Unico Evert hierin hun laatste rustplaats gevonden. Unico Evert Alberda overleed zelf in Groningen in 1794 en werd aldaar begraven.
De grafkelder van de Alberda’s raakte vergeten onder de kerkvloer tot deze werd herontdekt bij archeologisch onderzoek tijdens restauratiewerkzaamheden gedurende de oorlogsjaren. Hierbij werd de unieke trap naar de ingang ontdekt, die van veldkeien gemaakt was. Toen de restauratie van de kerk voltooid was, verdween alles weer onder de vloer.
 

Agenda

Nieuws